Onderwijsformule 

Het AILAS wil vier soorten vakken aanbieden:

  1. gericht op algemene vorming aan de hand van de belangrijkste politieke, wetenschappelijke, filosofische, theologische en literaire denkers, werken en idee ̈en in de westerse traditie. Deze vakken zijn vooral van belang voor bachelorstudenten van alle disciplines;
  2. gericht op bredere vorming in de grondslagen van een specifieke universitaire discipline of een interdisciplinair vakgebeid, zoals staatkunde;
  3. gericht op een thema, zoals De Nederlandse Republiek; en
  4. ter ondersteuning van fundamenteel interdisciplinair onderzoek, zoals Econometrie en de Oostenrijkse School, eventueel in combinatie met contemporaine vraagstukken die met behulp van fundamentele bronnen beter kunnen worden begrepen.

De activiteiten kennen zes sporen:

  1. programma’s gericht op bachelorstudenten (ook open voor masterstudenten);
  2. ondersteuning van academisch onderzoek met betrekking tot fundamentele bronnen van de westerse traditie (tevens basis voor vakken specifiek gericht op masterstudenten);
  3. ondersteuning van docenten in het VWO en aan de universiteit;
  4. programma’s voor VWO scholieren;
  5. cursussen voor professionals (zoals journalisten, ambtenaren of advocaten);
  6. activiteiten voor het algemene publiek.

Het onderwijsprogramma kent twee lagen: een basisniveau en een niveau van verdieping en specialisatie. Het basisniveau bestaat uit twee vakken. Het eerste is een breed overzicht van de westerse intellectuele traditie. Het tweede geeft een introductie tot rekenkundig en wiskundig redeneren—kennis van getallen en algebra en begrip van wiskundige logica, creatief bewijs en empirische toepassing. Hierbij gaat het om de rol van rekenkundige en wiskundige methodes in de empirische wetenschappen en de limieten van zulk onderzoek. Ook de relatie tussen getallen, wiskunde en logica komt ter sprake. Dit vak geeft alfa’s toegang tot rekenkundig en wiskundig redeneren en maakt b`eta’s bewust van de kaders hiervan.

Op het niveau verdieping en specialisatie wordt het basisniveau uitgewerkt per vakgebied. Afhankelijk van toepasselijkheid zijn de studievaardigheden alleen talig of zowel talig als rekenkundig en wiskundig. Sommige van de vakken die worden gegeven op het niveau van verdieping en specialisatie gaan in op de fundamenten van de verschillende disciplines met een talig karakter, andere vakken richten zich op disciplines met een rekenkundig en wiskundig karakter, en weer andere op disciplines met een gecombineerd talig en rekenkundig en wiskundig karakter.

Een open en vrije uitwisseling van argumenten tussen studenten, docenten, onderzoekers en alumni is voor dit alles onontbeerlijk. Het onderwijs vindt daarom plaats in kleine groepen onder leiding van ́e ́en of meer docenten. Daarbij staat het Socratische gesprek centraal.